HOME | CONTACT | LINKS | SITEMAP

Artikel in het blad Leef.

 

Een groot terrein in Flevoland, op steenworp afstand van Walibi, ligt het Colombinehuis.

Een vakantieoord voor gehandicapten en hun familie. ‘Niemand wil hier weg’

 

Weelde voor gezin met gehandicapt kind

 

Cheese! Klik.

De huiskamer van het Colombinehuis is vol. Alle gasten zijn aanwezig en allemaal fotograferen ze lustig in het rond. Het is vrijdag. De koffers zijn gepakt om weer naar huis te gaan, na een week vakantieverblijf.

Maar niemand maakt aanstalten. Klik. Foto. ‘Ik zal je missen’. ‘Ze willen niet weg’, zegt directeur Willem Flantua. Dat is altijd zo. Ze blijven gewoon zitten kletsen. Dat is een mooie kroon op ons werk. Niemand wil gaan, en 98 procent wil terugkomen’. Flantua is directeur van het Colombinehuis. Samen met zijn vrouw Mary van Veen (zus Herman) leidt hij het vakantieoord voor gezinnen met een gehandicapt of ernstig ziek kind. Zo op het oog is het gezelschap niet eens bijzonder. Er zit een kind en een rolstoel, dat wel. En er loopt een meisje rond dat wel erg veel praat en doet. Maar zou je niet opletten, dan lijkt het een doodgewoon gezelschap. Flantua: ‘toch komt hier alles samen. Kinderen met taaislijm ziekte, met kanker, met ADHD en met autisme. Sommigen zijn blind, anderen doof. Veel gezinnen komen hier niet alleen voor het zieke kind, maar ook voor gezonde broertjes en zusjes, die anders nooit eens ergens heen kunnen vanwege het zieke kind dat moet worden verzorgd.’ Het Colombinehuis is in 1997 opgericht door Herman van Veen en bestaat dankzij sponsors als de KNMP, een apothekersorganisatie. Het bestaat ook dankzij de inzet van Willem en Mary, die beiden geheel verknoopt zijn met het Colombinehuis. Willem: ‘Als ik mijn bezigheden als werk zou zien, zou ik moeten stoppen. Het biedt me een enorm gevoel van nut. Het is zwaar, dat wel. Ik hoor zo vaak van de kinderen: “Dag Willem tot volgend jaar.”En ik weet dan: voor jou is er waarschijnlijk geen volgend jaar. De blik die de ouders dan in de ogen hebben is onbeschrijflijk. Dat vind ik moeilijk. Dat zo’n gezin zo veel ontleent aan een verblijf hier maakt het werk van Mary en mij heel nuttig.’ Vroeger was hij Willem de toermanager van Herman van Veen, dus aan ongewone werktijden is hij wel gewend. ‘Ik zie dit niet als werk. Het is een manier van leven.’ Het is weelde voor de ouders, gewoon een keer op vakantie, met hun zorgkind en hun hele gezin. Er zijn pretparken in de omgeving en ze kunnen zelfs gaan varen: er is een speciale, aangepaste Colombine-zeilboot, waar kinderen in rolstoelen probleemloos op kunnen meevaren.

 

Stratenmakers en directeuren

Soms is Willem DJ, dat vindt hij leuk. In de zaal zijn discolampen en een geluidsinstallatie. Hij maakt er dan een geweldig feest van. De kinderen swingen, hun ouders vaak ook. Soms draaien ze alleen rondjes in hun rolstoel of nemen ze een infuus mee de dansvloer op.

Willem: ‘Wat mijn werk bijzonder maakt? De gasten maken me rijker. Er kwam hier laatst een alleenstaande moeder met drie zwaar gehandicapte kinderen. Ze was heel vriendelijk, levenslustig en maakte zelfs grapjes. Onthutsend om te zien hoe sterk mensen kunnen zijn. Er zijn ook mensen die zwaar lijden onder één autist. Ik leer om er geen oordeel over te hebben. Iedere situatie is uniek. Of het zwaar is hangt niet altijd van de ziekte af. Een andere observatie is het enorme cliché dat geld niet gelukkig maakt. Want handicaps gaan door alle sociale lagen heen, en hier ontvangen we dus stratenmakers en directeuren. We maken geen onderscheid. Wel zie je dat het verblijf hier voor sociaal zwakkeren de vakantie van het jaar is en dat die directeur na een weekje Colombinehuis een oppas huurt voor het zieke kind en dan nog naar Kreta vertrekt met zijn gezonde familieleden. Het zij zo. Ik heb daar wel eens moeite mee, zou liever zien dat rijke mensen meer moeten betalen voor het Colombinehuis. Maar dan zegt Mary, mijn vrouw: “Ach joh, ze hebben wel zo’n kind…” En dat is waar. Je hebt niets aan je van Bommelschoenen als je een zwaar gehandicapt kind hebt. Mary is wat dat betreft een echte van Veen. Mary en ik hebben samen een missie. Ik regel de “buitendienst” met de gasten, Mary de organisatie met de stagiaires, die entertainen, bedienen de gasten en springen bij waar nodig. Geen lichamelijke verzorging trouwens, dat doen de ouders zelf. De stagiaires helpen “in het vakantiepark”, we zijn een erkend leerbedrijf. Ik geef het je te doen: zes jonge mensen. Ze zijn ongesteld, verliefd, hebben de verkering net aan of uit, en ze moeten ook nog beoordeeld worden. Maar ze zijn altijd heel gemotiveerd, willen hier graag stage lopen.’

 

Sociale kinderen

In de recreatiezaal zitten Annélène Lammers en Leonie Brul. Ze hebben de afgelopen week vriendschap gesloten en hebben een heerlijke tijd gehad. Annélène heeft een gehandicapt zusje Charlotte, aan wie je alleen als je heel goed kijkt ziet dat er mogelijk sprake is van een geestelijke beperking. Ze spreekt normaal, maar komt ieder ogenblik luidruchtig iedereen van alles vragen en vertellen. ‘Het gaat veel verder,’ verteld Annélène. ‘De afwijking die ze heeft is zeldzaam, en heet het syndroom van Cri du Chat, Frans voor ‘kattengegil’. Het betekent dat ze zonder remmingen van alles doet en zegt. Dat vind ik soms heel irritant, ze schopt, ze slaat, ze roept, heel onverwacht allemaal. Ik heb er begrip voor, want ik weet dat ze er niks aan kan doen. En als ze lief is, dan is ze ook echt ongelooflijk lief. Maar je kunt eigenlijk nergens met haar heen. Ik was heel blij dat ik hier was en lekker met Leonie op stap kon’.

Annélène’s moeder legt uit: ‘Annélène gaat geweldig om met de handicap van haar zus, heel begripvol en verstandig, maar ik moet daar juist ook op letten. Want ze is altijd aan het sussen en redderen om de sfeer goed te houden in ons gezin. Ze wil zo graag dat het bij ons thuis gezellig is. Maar dat is het nu eenmaal niet altijd. Het is niet Annélène’s taak om dit te regelen, zij moet ook gewoon kind kunnen zijn. In het Colombinehuis kon dat.’

Leonie heeft een zwaar gehandicapte broer. Hij kampt met het Syndroom van Othahara, epilepsiesyndroom, en zit in een rolstoel. Hij heeft chronisch verzorging nodig. Zijn ouders, Ria en Hero Brul, willen hem niet laten opnemen. Dat betekend dat ze vrijwel niet toekomen aan vakantie: haast nergens is de accommodatie zozeer aangepast met tilapparatuur en douchebrancards dat het gezin er terecht kan. Leonie: ‘ik ben van mezelf nogal verlegen. Maar hier had ik gelukkig vrij gemakkelijk contact met iedereen. Wij gaan niet vaak ergens heen. Hier ben ik nu voor de tweede keer. We konden naar Walibi met het hele gezin, echt een belevenis.’ Willem: ‘Als ik naar de gezonde broertjes en zusjes kijk die hier komen, dan valt me op dat dat zonder uitzondering heel sociale kinderen zijn. Ze denken aan anderen, zijn heel tolerant, en lachen niemand uit.

Print deze pagina